Ice rink of Liège

A l'origine du projet: une forme ronde, fluide, généreuse, métaphore d'un univers de glace. Au fur et à mesure de sa construction: un monstre marin, une baleine couverte de 200 000 écailles d'aluminium.

Une enveloppe synthétisant les contacts multiples avec l’espace public.

La nouvelle patinoire de Liège s’insère dans une anfractuosité de la Médiacité, projet de promotion privée venu reconvertir un ancien îlot industriel sur la rive droite de la Meuse. Elle hérite ainsi de plusieurs contraintes qu’elle clarifie dans une forme unitaire et autonome, jusqu’à intégrer l’accès parking du centre commercial à son point culminant: la tête de la baleine.

L’opacité du bâtiment étant primordiale pour l’isoler de la chaleur, c’est tout son corps qui, par sa nature, sa matière et ses formes, signifie la dimension relationnelle qu’il tient avec son environnement.

Par ailleurs, la composition de sa coque extérieure (sur le principe masse ressort masse) permet d’atteindre un affaiblissement acoustique de 50db et protège ainsi les riverains de la rue attenante.

En dehors d’une horde de hublots au raz du trottoir qui suggère l’activité de l’objet étrange, le seul percement transparent dans la façade est une ouverture XXL qui réalise un contact intérieur/extérieur grand format.

 

Un volume généreux et économe

L’enveloppe financière réduite a grandement joué sur l’évolution esthétique du projet. Il a fallu adapter la forme générale du bâtiment, au départ organique et complexe, pour se diriger vers une structure plus simple et efficace tout en gardant pour impératif la recherche d’une forme qui pouvait définir un rapport de qualité entre le projet, son contexte et sa fonction : l’eau, la glace.

C’est ainsi que la structure de bois et d’acier, bien visible à l’intérieur, garde la régularité économique d’un hangar jusqu’au niveau de la rue, où elle se brise alors en une multitude de courbes qui confèrent au bâtiment un visage si particulier.

 

Confort des différents utilisateurs.

La variété d’utilisateurs, qui va des hockeyeurs aux danseurs, patineurs, nécessite un travail soigné concernant l’accessibilité des espaces.

L’accès à la zone de patinage se fait directement depuis le foyer. Sur le chemin en regardant à travers la grille, la cinétique du rangement, séchage et affutage des patins, est exposée.

Le “salon de bois” attenant à la piste est un espace de détente revêtu d’un parquet en chêne massif ; on peut y déguster des gaufres de Liège, peut-être même des Lacquemants en Octobre?

Si nous sommes visiteurs, en longeant la paroi métallique jusqu’au fond, nous rejoignons le premier étage et sa cafétéria. L’espace impressionnant, logé dans la “tête” de la baleine, permet d’un côté une vue sur la piste, de l’autre une vue sur la ville par le plus grand percement de la façade.

Les hockeyeurs et danseurs ont quant à eux un accès privé aux vestiaires et sanitaires du rez, du côté opposé de la piste.  L’ensemble des parties publiques ainsi que les vestiaires et la piste sont accessibles aux PMR et des places leur sont réservées dans les gradins.

 

La complexité thermique d’un volume réfrigéré

Le plaisir du patineur, du joueur, du spectateur et du visiteur est permis par l’espace, mais aussi par les performances de cet outil : la coque extérieure atteint un coefficient d’isolation K22 équivalent à une maison passive. Une technique redoutable permet  non seulement à ce monstre marin d’atteindre les températures nécessaires à son fonctionnement, mais aussi de récupérer au mieux l’énergie dépensée : pompe à chaleur,  système de ventilation et ballon d’eau chaude récupérant une partie de la chaleur produite par les groupes frigorifiques, circuit de canalisations de la piste formant une “boucle de Tichelmann” pour mieux répartir le froid et donc consommer moins.

 

+ more

Aan de basis van het project: een ronde vorm, fluïde en genereus als een metafoor van het universum van ijs. Naarmate zijn constructie vorderde: een zeemonster, een walvis bedekt met 200.000 aluminium schubben.

Een buitenschil die het veelvoudige contact met de publieke ruimte centraliseert.

De nieuwe ijsbaan van Luik vestigde zich in een tussenruimte van Médiacité, een private ontwikkeling die de voormalige industriële site op de rechteroever van de Maas transformeerde. Hierdoor kreeg de ijsbaan een aantal randvoorwaarden mee die ruimtelijk vertaald werden in een autonome en unitaire vorm, tot de integratie van de  parking van het winkelcentrum op zijn hoogtepunt: de kop van de walvis.

De ondoorzichtigheid van het gebouw was van primordiaal belang voor de isolatie. Heel deze belichaming drukt met zijn natuur, zijn materiaal en zijn vormen de relationele dimensie uit die het met zijn omgeving wenst aan te gaan.

Bovendien maakt de samenstelling van de buitenschil (volgens het massa-veer-massa principe) het mogelijk een akoestische vermindering van 50 db te bekomen en zo de buurtbewoners te beschermen.

Met uitzondering van een reeks raampjes op het trottoir, waardoor je een glimp van de activiteiten in dit vreemde object kan opvangen, is de enige raamopening in de gevel een venster ter grootte van een antichambre dat een binnen-buitencontact van groot formaat realiseert.

 

Een genereus en economisch volume

De beperkte financiële middelen hebben de esthetische evolutie van het project erg beïnvloed. De algemene vorm van het gebouw was initeel organisch en complex en evolueerde naar een eenvoudigere en efficiëntere structuur. Hierbij werd de zoektocht naar een vorm die de kwalitatieve relatie tussen het project en zijn context –evenals tussen het project en zijn functie: water, ijs- altijd vooropgesteld.

De zichtbare hout –en metaalstructuur behoudt de economische regelmaat van een loods tot aan de straat waar het systeem plooit in een veelheid van curves die het gebouw zijn bijzondere karakter geeft.

 

Gericht op het plezier van de verschillende gebruikers 

Het gevarieerde publiek, van hockeyspelers tot dansers en gelegenheidsschaatsers, vroeg een zorgvuldige aandacht voor de toegankelijkheid van de ruimtes.

De schaatszone is rechtstreeks toegankelijk vanuit de foyer. Doorheen de metalen wand wordt de dynamiek van het opbergen, het drogen en het slijpen van de schaatsen getoond.

Het « houtsalon » naast de piste is een ontspanningsruimte bekleed met massief eiken parket. Hier kan men Luikse wafels proeven, en misschien zelfs Laquements in oktober ?

Als bezoeker loop je langsheen de metalen wand en bereik je de eerste verdieping en het cafetaria. Deze indrukwekkende ruimte situeert zich in de “kop” van de walvis en biedt aan de ene kant een zicht op de piste en aan de andere kant een zicht op de stad doorheen de grootste gevelopening.

De hockeyspelers en de dansers hebben een private toegang tot de kleedruimtes en het sanitair op het gelijkvloers, aan de overkant van de piste. Hun is ook een rechtstreekse toegang naar de straat opgedragen.

Tot slot zijn alle publieke delen toegankelijk voor andersvaliden en zijn er voorbehouden plaatsen in de tribune.

 

De technische complexiteit van een gekoeld volume

Het plezier van de schaatser, de speler, de toeschouwer en de bezoeker wordt mogelijk gemaakt door de ruimte, maar ook door het prestatievermogen. De buitenschil heeft bijvoorbeeld een isolatiewaarde K22 – het equivalent van een passiefhuis. Een geduchte techniciteit laat dit zeemonster op een hoog niveau functioneren en herbruikt ook zo goed mogelijk de verbruikte energie: de warmtepomp, het ventilatiesysteem en de boiler herbruiken een deel van de energie van de koelgroepen; het leidingencircuit van de piste vormt een Tichelmannlus die de koude beter verdeelt en dus minder verbruikt

+ en savoir plus

At the root of the project: a round, fluid and generous shape, as a metaphor of a universe of ice.
As its construction progressed: a sea monster, a whale covered with 200,000 aluminium scales.

Nature
New construction
Program
Olympic ice rink with 1200 seats/1800 skaters on ice. The ice rink meets international competitions requirements
Location
within the Mediacité, Longdoz neigbourhood, Rue Stouls - 4000 Liège
Duration
2007-2013
Client
City of Liège
Author(s)
MA - L'Escaut-Weinand - Full mission of architecture
Surfaces
gross : 7410m² / net : 7030m² / net (fr SDP) : 6150m²
Budget (excl vat)
9.944.500 €
Team Escaut
David Crambert, Annelies Kums, Michael Bianchi, Olivier Bastin, Claire Laborde, François Lichtlé, Tilman Gappa, Déborah Vanderlinden
More
Structure
MA with BE Weinand – Y. Weinand
Fluids
Nicolas ingénieries - R. Nicolas
Acoustics
Capri Acoustique – R. Raskin
Health and Safety coordination
Sixco – R. Mathieu
General Contractor
BPC - Moury
Timber structure contractor
Lamcol
Refrigeration contractor
Axima
Finishing contractor
Kepenne